Eerst gezin, dan werk, dan hobby

De rivier vecht zich een weg, langs een plek zo dicht bij hier. De huizen en de kerk, de bruggen als portier. Gun jezelf de ruimte, geef jezelf een plek. Mooie dichterlijke woorden die Hardenberg treffend beschrijven, zonder de naam te noemen. Mooie dichterlijke teksten ontsproten aan het brein van de Hardenberger van de maand januari.

Jurre Schoonbeek

De schrijver van het Gun jezelf de ruimte-lied dat tijdens de nieuwjaarsreceptie werd gelanceerd door Erik Hulzebosch, is geen Hardenberger van geboorte. Toch heeft Jurre Schoonbeek in de tien jaar dat hij er woont zijn hart verpand aan het stadje aan de Vecht en kostte het hem weinig moeite om de teksten te bedenken. “Weinig moeite, maar wel veel tijd”, nuanceert hij. “Het idee werd vorig jaar geboren tijdens de Gun jezelf de Ruimte-beurs die gehouden werd in de Evenementenhallen. Daar sprak ik Marcel van Dijk en zei gekscherend dat een mooi lied over Hardenberg eigenlijk nog het enige was dat ontbrak aan zijn campagne. Dat liet Marcel zich geen tweemaal zeggen en hing meteen de volgende dag aan de telefoon met de vraag of ik dan misschien zo’n lied zou kunnen verzorgen.”

Uitzicht

Jurre Schoonbeek had op zijn beurt ook maar weinig aanmoediging nodig, raapte de handschoen op en schreef, geïnspireerd door het uitzicht vanuit zijn eigen keukenraam een schitterende tekst. “Om een nog beter beeld te krijgen van Hardenberg, ben ik de geschiedenis ingedoken en leerde zo dat Hardenberg een echt ‘voorstraatdorp’ is. Voorstraatdorpen zijn dorpen die de levenslijn nabootsen. Dit symboliseren ze door middel van een brede hoofdstraat die van de haven naar of langs de kerk en markt loopt en eindigt op het kerkhof”, legt hij uit. “Wat me ook opviel was dat je om het centrum te bereiken, altijd een brug over moet. Ik vraag me af of Hardenbergers dat zichzelf eigenlijk wel realiseren, maar het is eigenlijk best bijzonder.”

De groene weiden, de Amaliabrug met uitzicht op huizen en kerk, de kalkovens, de lichtstad en het reuzenrad, alles komt aan bod. Duidelijk herkenbaar, terwijl de naam Hardenberg toch niet eenmaal genoemd wordt. “Dat was ook mijn opdracht”, vertelt hij. “Een lied te schrijven dat wel over Hardenberg gaat, maar tegelijkertijd ook op andere dorpen toepasbaar is, dat ging nog wel. Maar de muziek was een ander verhaal. Het is veel eenvoudiger om heavy metal beat of smartlappendeuntje te schrijven, dan een gemakkelijk in het oor liggend nummer, dat eigenlijk iedereen aanspreekt.”

Plaatselijk talent

De muziek bij de teksten schreef Jurre samen met oude vrienden uit de muziekwereld. “Ik heb in verscheidene bands gespeeld en met veel oud-collega’s nog veel contact. Voor de muziek bij dit nummer heb ik Kees Kuiper, Leen Jan van den Berg en Jeroen Bron gevraagd en samen zijn we avondenlang bezig geweest met het bedenken van de perfecte sound. We waren constant met vier man aan het wikken en wegen. Met het eindresultaat doken we de studio in, en wat denk je: het was helemaal niet mooi. We kwamen er achter dat we elkaar meer de ruimte moesten geven en dat ‘less’ ook in de muziek absoluut ‘more’ is.” De uiteindelijke versie is ingezongen door plaatsgenoot Erik Hulzebosch en de achtergrondzangeressen van Groovin’ Sound. “Als je het eindresultaat vergelijkt met de allereerste versie, is het nummer echt geëvolueerd, maar zoals is het nu is, daar zijn we tevreden mee. Het was echt geweldig om het tijdens de nieuwjaarsreceptie ten gehore te brengen.”

Muziekminnend

Liedjes schrijven, muziek maken, optreden. Jurre Schoonbeek kan er wel uren over vertellen. “Ik ben altijd gek geweest van muziek. Ik kom ook uit een muzikaal nest. Mijn vijf broers zijn allemaal heel muziekaal; twee van hen hebben zelfs het conservatorium gedaan. Zover heb ik het niet doorgevoerd, want met muziek kun je mijns inziens je brood niet verdienen. Dus heb ik heel rationeel Personeel, Management en Projectmanagement gestudeerd, maar als hobby wel altijd gespeeld in allerlei bands.” Toen Schoonbeek vanwege zijn werk destijds verhuisde naar Hardenberg, rolde hij dan ook al snel in allerlei lokale bands en kon zijn muzikale ei uitstekend kwijt in de gemeente. Toch speelt hij tegenwoordig een stuk minder dan voorheen. “Op een gegeven moment speelde ik bij 2Q2get, een echte Topveertig-band en was is hele avonden en nachten weg. Dat was niet te combineren met ons gezin. Op dit moment ben ik bezig met twee andere muzikanten om een gospelband op te zetten via een modulesysteem. Wij zijn de basis en daar kan al naar gelang een koor of solisten aan vast geplakt worden.”

Jonge ouders

Zijn gezin en gospel, dat zijn twee andere passies van de songwriter. Hij trouwde jong en werd op zijn vierentwintigste voor het eerst vader. Nogal jong voor de huidige begrippen, maar wel een heel bewuste keuze. “Vanwege onze christelijke achtergrond wilden Tiny en ik niet samenwonen, maar zijn we getrouwd. Het was altijd mijn droom om vroeg kinderen te hebben, want het lijkt me zowel voor jezelf als voor de kinderen, erg leuk om jonge ouders te zijn. Bovendien ben je dan ook nog jong als ze het nest verlaten, dat sprak ons ook aan. Maar het moet je wel gegund zijn natuurlijk.” Zijn gezin staat voor Jurre Schoonbeek absoluut op de eerste plaats. “Eerst gezin, dan werk, dan hobby. Dat is voor mij de volgorde, maar misschien is dat ook wel een beetje het gevolg van mijn christelijke opvoeding”, denkt hij. Het gezin Schoonbeek is Gereformeerd Vrijgemaakt, een richting die goed vertegenwoordigd is in Hardenberg en waarin Jurre zich als een vis in het water voelt. “Maar”, zegt hij. “Ik noem mijzelf eerst Christen en dan pas Vrijgemaakt. Ik vind trouwens wel dat wij een hele prettige kerkgemeenschap hebben. Wij kerken in de Marslanden, een jonge, kleine en zeer actieve gemeente. Juist vanwege het jonge en nieuwe, zijn er nog niet veel bestaande structuren, dat maakt het ook heel erg leuk.”

Droom

Jurre Schoonbeek noemt zichzelf een gelukkig man. Hij heeft een prettige baan, een fijne woonomgeving en een goed gezin. Toch droomt hij diep in zijn hart van een bestaan als beroepsmuzikant. “Dan zou ik overdag voor de kinderen willen zorgen en ’s avonds op willen treden. Ik zou wat het schrijven van muziek betreft een combinatie willen zijn van Thé Lau van de Scene, Rick de Leeuw van de Tröckener Kecks en Simon Carmiggelt. Dan zou ik de beste teksten van Nederland kunnen schrijven. En mijn muziek zou muziek met een moraal moeten zijn, zonder dat het stigmatiserend is. Liedjes zou ik willen schrijven die breder gaan dan het lijkt en taalkundig heel mooi in elkaar zitten met allerlei verwijzingen die je aan het denken zetten. Het is mijn grootste droom om mensen op die manier te weten te raken door muziek.”