Moeder van Gramsbergen

GRAMSBERGEN – Ze draagt haar bijnaam ‘Moeder van Gramsbergen’ niet voor niets, want aan de grote, met pluchen tafelkleed bedekte stamtafel in haar café heeft Gees Bolte altijd een open oor en oog voor iedereen. Heel wat Gramsbergenaren hebben in de loop der jaren hun hart bij haar uitgestort.

Gees Bolte

Met haar zilvergrijze haren in een Grace Kelly-rol, haar vriendelijke gezicht en ronde gestalte oogt Gees als een echte ouderwetse moeder die na schooltijd met thee en koekjes zit te wachten op haar kroost. Net alleen uiterlijk, ook innerlijk heeft ze alle kenmerken van een goede moeder. Ze luistert, is met raad en daad behulpzaam, maar zwijgt daar verder over. Dankzij die kwaliteiten werd ze in 1997 benoemd tot ereburger van Gramsbergen en ontving tijdens de lintjesregen in april van dit jaar, de onderscheiding lid in de Orde van Oranje Nassau. Trots is ze daar niet op, maar dankbaar wel. “Ach, zo bijzonder is het niet”, wimpelt ze af. “Ik doe gewoon mijn werk. Een lintje verdien je trouwens niet alleen, de mensen om mij heen hebben me daarbij ook meegeholpen”, zegt ze bescheiden en knijpt dan haar lippen op elkaar. “Of ik voorbeelden kan noemen waarbij ik mensen geholpen heb? Nee hoor. Daar wil ik niets over zeggen. En het is maar goed dat de tafel ook niet kan praten, want die heeft al veel gehoord. Weet je wat het is? Ik heb zelf vroeger heel veel meegemaakt, misschien snap ik daardoor de mensen eerder.”

Moeder

Na vijftig jaar wonen en werken in Grambergen, voelt de uit Sleen afkomstige Gees zich op en top een Gramsbergenaar. Haar levensverhaal begint triest, maar kent een goede afloop. Op 13-jarige leeftijd verloor ze haar moeder. Haar vader was al tien jaar daarvoor overleden, dus werd ze op jonge leeftijd wees en groeide beurtelings op bij haar oudere broer en zuster. “Toen ik een lintje kreeg, dacht ik meteen aan mijn moeder. In de oorlog werd ze geopereerd aan meer dan tweehonderd galstenen. Ze lag in het ziekenhuis van Hoogeveen en toen het duidelijk was dat ze niet beter zou worden, namen we afscheid. Mijn moeder nam mijn handen in de hare en zei: ‘maagie, maagie, wat moet er nog van jou terecht komen’. Wat had ik graag gewild dat ze nog één keer terug zou komen en dat ik haar kon vertellen dat haar maagie de erepenning van Gramsbergen heeft gekregen en ook nog eens een lintje”, verzucht Gees, terwijl ze een traantje wegpinkt.

Geraniums

Toen ze begin twintig was, kwam Gees te werken op het postkantoor in Dalen en werd niet veel later overgeplaatst naar Gramsbergen. Daar leerde ze de kasteleinszoon Jan Bolte kennen. Ze werden verliefd, trouwden, en zo kwam Gees terecht in het café. “Ik vond het eerst helemaal niks”, herinnert ze zich. “Maar ja, je groeit erin en dan ga je door. Dit is nu eenmaal een vak dat je niet alleen kunt doen, dit moet je echt samen oppakken. Zo langzamerhand kreeg ik er steeds meer plezier in, en dat heb ik eigenlijk nog steeds. Ik ben nu 79, maar kan me niet voorstellen dat ik er ooit mee zal stoppen. Mijn man is alweer een aantal jaren geleden overleden en nu draaien onze zoon Gert en ik samen het café en dat bevalt ons beiden goed. Ik werk natuurlijk niet meer zo hard als vroeger, maar ben nog lang niet van plan om achter de geraniums te gaan zitten.”

Borreltje

De tijden zijn wel veranderd, vindt ze. “Vroeger was het hier altijd druk. Neem bijvoorbeeld de vrijdagavond. Dan kregen mannen hun loonzakje en fietsten op weg naar huis eerst even langs het café om even een borreltje te halen. Dat heb je nou niet meer, iedereen krijgt zijn geld per bank en ze gaan allemaal met de auto. Het was toen veel gemoedelijker. Ook hadden we altijd de voetbal. Die hebben nu allemaal kantines, maar dat was vroeger niet zo. Dan kwamen ze hier even wat drinken na de wedstrijd of de training, dat was heel gezellig. Ook hadden we hier toen veel bruiloften. Nu zijn dat meer verjaardagen, bussen met toeristen en fietsers of wandelaars. De jeugd zien we wat minder vaak, die vindt het hier niet zo hip, die wil alles strak hebben.”

Pluche

Dat strakke, dat hoeft niet zo van Gees en ook niet van haar klanten. “Twee jaar terug moesten we van alles veranderen vanwege de brandveiligheid en toen waarschuwden alle klanten ons dat we de gezelligheid moesten proberen te houden. Dus hebben we alleen het plafond vernieuwd en nieuwe vloerbedekking en gordijnen genomen, maar dezelfde lampen weer opgehangen, dezelfde stoelen gehouden en liggen er nog steeds pluchen tafelkleedjes op de tafel.”

Apart

De stamtafel is haar vaste stek. Daar schuiven iedere ochtend oude bekenden aan voor een kop koffie en een praatje. Een kop handgezette koffie, want dat smaakt het allerlekkerst, vindt ze. “En de krant lezen mogen ze niet. Wie met zijn neus in de krant wil zitten, moet aan een tafeltje apart gaan zitten en ook betalen voor de koffie. Wie wil praten is van harte welkom aan de stamtafel. Dat vind ik het gezelligste moment van de dag.”