Een schilder met passie

SLAGHAREN - Na zes jaar verstopt te hebben gelegen in zijn atelier, werd het middeleeuwse tafereel dat Slagharenaar Ab Bout in 2003 schilderde, onlangs eindelijk tentoongesteld aan het grote publiek. Alleen al vanwege zijn grootte is het werk bijzonder te noemen, want vier bij tien meter is bepaald geen doorsnee afmeting voor een schilderij.

Ab Bout in zijn atelier in Slagharen

De kunstschilder is afkomstig uit de tv-wereld en werkte in zijn jonge jaren als decorbouwer bij de NTS. Daar ontwierp hij het decors van Tom Manders en het programma Top en Flop, de zeemeermin van Rudi Carell en de keuken van Saartje. “Toen ik iemand van Bemboom tegenkwam die me vroeg het decor voor de attractie ‘Onderwaterland’ in ponypark Slagharen te ontwerpen, besloot ik dat ik lang genoeg bij de tv had gewerkt en nam de uitdaging aan en trad bij hen in dienst. Wat meespeelde in die beslissing was het gebied rond Slagharen. Dat vond ik werkelijk schitterend”, vertelt Ab Bout. “Bovendien werd Hilversum steeds voller, dus ik dacht; wegwezen hier. Voor een kunstschilder is de natuur in deze regio geweldig. De ruimte, het licht, de sfeer. Schitterend.”

Pionieren

Hij kocht een oude boerderij even buiten Slagharen en werkte jarenlang als vormgever bij de opbouw van het attractiepark Ponypark Slagharen. “In die begintijd was het was echt pionieren. Leuk en afwisselend werk. Ik moest van alles doen en maakte de meest gekke dingen. Het mocht allemaal niet teveel kosten, dus moest je steeds weer vindingrijk zijn. Het mooiste wat ik daar ooit heb gedaan was de renovatie van een jugendstildecor uit Noorwegen. Een bijzonder stuk werk, waar ik echt trots op was. Toen het klaar was, kwam er een grote brand en toen was hij weg. Dat was echt erg.” Na tien jaar ponypark, koos Ab voor het avontuur en begon voor zichzelf. “Ik werkte veel voor projectontwerpers en bedrijven. Zo deed ik veel voor Van der Most en voor een hotelketen in Noorwegen. Ook een mooi project was voor een kozijnenfabriek in Haaksbergen, waar ik in een van hun panden een museum als timmerfabriek anno 1920 inrichtte, dat nu gebruikt wordt als ontvangstruimte. Het ontwerpen van interieurs is werken met sfeer en dat is iets wat mij nog steeds aanspreekt.”

Inspannend

Het timmermuseum was zijn laatste klus. Daarna besloot Ab zich helemaal op vrij werk te gaan richten. “Ik gaf schilderles en maakte schilderijen voor galeries en tentoonstellingen. In deze regio is kunst nog altijd een beetje moeilijk, maar het is me altijd gelukt om ervan te kunnen leven. Het is een inspannend beroep, maar ook een soort drive. Je hebt inspiratie en het moet eruit. Waarom? Ik weet het niet. Misschien komt het doordat je niet dood wilt, je wilt iets achterlaten.”

Geluid

Zijn woonkamer hangt vol eigen werk. Een grote muurschildering en diverse grote en kleinere werken. Naast landschappen, schildert hij veel personages, die opvallend vaak lijken te roepen of schreeuwen. “Het oproepen van geluid, is voor mij een terugkerend thema. Stilte is ongrijpbaar, dat is iets wat mij blijft boeien. Je wilt daarmee eigenlijk iets schilderen dat niet te vangen is. Stilte en geluid kun je steeds anders benaderen. Het zit overal in en roept een bepaalde spanning op”, vindt hij. “Als je op die manier werkt, loop je wel het gevaar dat je vooral aardige plaatjes maakt. Daar ben ik soms weleens bang voor, want ik wil meer. Voor mij moet een schilderij zo zijn, dat iedereen er zijn eigen verhaal in ziet. Er moet iets te raden zijn.”

Dochters

Leven van, voor en door de kunst, heeft Bout’s beide dochters Bregje en Marieke geïnspireerd in hun beroepskeuze. Ook zij kwamen beiden terecht in de kunst. “Ik vind dat heel erg leuk. Ze zijn ermee opgegroeid en hebben ervaren dat het een rijk leven is. Misschien niet direct in geld, maar wel in gevoel. Kunst stopt ook nooit. Ik ben van 1940, een mooie leeftijd om te stoppen met werken, zou je zeggen. Maar ik moet er niet aan denken. Schilderen is ook een manier van leven, daarmee ga ik door tot mijn dood.”

Theaterdoeken

Dochter Marieke werd modevormgeefster, dochter Bregje evenals als haar vader decorontwerper. Met haar werkte Bout tot zijn genoegen enige tijd samen, al was die samenwerking aanvankelijk een beetje uit nood geboren. “Nadat Bregje haar opleiding theatervormgeving afrondde, besloot ze in Enschede een bedrijf te beginnen in de verhuur van theaterdoeken”, vertelt hij. “Ze vroeg mij om haar de grondbeginselen bij te brengen van het schilderen van grote doeken. Want dat had ze niet geleerd op haar opleiding. Ze vond een ruimte in de buurt van de Roomweg en richtte haar atelier in. Exact een week na de opening vond de vuurwerkramp plaats en gingen haar dromen letterlijk in rook op. Bregje was helemaal van slag. Ik had erg met haar te doen. Daarom huurde ik in Hardenberg een ruimte in een leegstaand schoolgebouw en zei tegen haar: kom op, we gaan gewoon opnieuw beginnen.”

Middeleeuwen

Hij prepareerde een doek, maakte een schets van een middeleeuws tafereel en leerde haar de geheimen van proporties en vormen. “Waarom we als thema de middeleeuwen kozen? Ik heb iets met de middeleeuwen en het een hele bijzondere periode. Mensen leefden maar kort, dus moesten ze in korte tijd veel doen. De mensen waren heel direct en vrij rauw. Dat heeft een link met de tegenwoordige tijd, waarin ook alles snel moet en mensen zich weinig laten zeggen”, vindt hij. “Wat mij als schilder aanspreekt was dat schilderen toen niet werd gezien als kunst, maar als een ambacht. Evenals de bakker en de slager had ook de schilder een functie en werd veelvuldig ingehuurd voor het verfraaien van bijvoorbeeld kerken. De kleuren die in die tijd werden gebruikt waren helder van kleur, heel anders dan de bruintinten in de zeventiende eeuw.”

Publiek

Na hun eerste doek, volgde er nog een tweede. Daarna was Bregje inmiddels over haar teleurstelling heen en kreeg een baan bij een decorbedrijf. Het schilderij belandde in een kast en raakte in de vergetelheid. Totdat de kunstenaar hoorde over het Middeleeuwse Festival in Ommen. Hij bood het kunstwerk spontaan aan, omdat er volgens hem geen andere plek is waar het schilderij meer tot zijn recht komt. “Een theaterdoek heeft een heel andere functie als een schilderij. Het mag niet naar voren springen, maar moet aanvullend zijn op het theaterspel. Een echte achtergrond dus. Het is heel grappig dat het daar werd gepresenteerd als schilderij, en waardoor het juist op de voorgrond treedt”, lacht Bout. “Voor mij is het een doek met een heel speciale herinnering. Het was leuk om dat nu eindelijk te kunnen delen met het publiek.”

Onder zijn voeten een fragment van het levensgrote doek