Ruud Blankenburgh, een bezige bijHARDENBERG - Vanwege zijn werk verhuisde Ruud Blankenburgh acht jaar geleden met zijn gezin vanuit het westen naar Hardenberg. Hoewel het even wennen was, hebben ze het er nu prima naar hun zin.
Ruud Blankenburgh Geboren in Spijkenisse, volgde Blankenburgh zijn opleiding tot internist in Rotterdam. Hij trouwde met zijn jeugdliefde Ingrid en kreeg samen met haar drie kinderen. "Toen zij opgroeiden, wilden we weg uit de drukte in het westen. Dat we in Hardenberg terechtkwamen was eigenlijk puur toeval. Daar was toevallig een vacature en de omgeving leek ons leuk", zegt hij met een onvervalst Rotterdams accent. "Ik werd internist in het Röpcke Zweers Ziekenhuis en Ingrid zat thuis met de kinderen. Vooral voor haar was het in het begin wel moeilijk. Ik had mijn werk en daardoor veel contacten met allerlei mensen, terwijl zij het grootste deel van de dag thuis doorbracht, ver weg van haar familie en vrienden. Maar toen zij eenmaal was ingeburgerd, ondernam ze allerlei activiteiten en ging het snel beter." Het meest opvallend vindt hij het verschil in temperament tussen de westerse bevolking en de oosterlingen. "Hier is men veel minder assertief dan in Rotterdam, maar als er iets niet goed gaat, zijn ze hier wel veel sneller op de teentjes getrapt. Desondanks kunnen ze hier in zo'n geval wel weer veel rustiger en met begrip voor elkaars standpunten zaken uitpraten en overleggen", vindt hij. ProgressiefAls internist houdt Blankenburgh zich voornamelijk bezig met oncologie. Daarnaast denkt hij actief mee in de ontwikkelingen van het ziekenhuis. "De organisatie is op het moment enorm aan het veranderen. We zijn echt progressief en vernieuwend bezig. Er komen hier steeds meer jonge specialisten, die de nodige know how en innovatieve behandelingen met zich meebrengen. Het is echt geweldig dat we hier volop de ruimte krijgen om allerlei ideeën te ontwikkelen", vertelt hij. "Ik vind verder dat we hier excelleren in gemoedelijkheid en klantvriendelijkheid. Ieder proces wordt ingericht vanuit de patiënt. Daarmee zorgen we er niet alleen voor dat hij of zij zich op zijn gemak voelt, maar ook dat ieder onderzoek en elke behandeling kwalitatief goed verloopt. We weten echter ook wat we niet kunnen. Door goede samenwerkingsverbanden met de ziekenhuizen in Emmen, Zwolle en het UMCG in Groningen, hebben we er geen moeite mee om patiënten door te verwijzen als wij denken dat dit beter voor hen is." Iets waarover hij minder enthousiast is, is de regeldruk van inspectie en ministerie. "We moeten ontzettend veel registreren en daarvoor is veel menskracht nodig. Omdat wij onze handen liever 'aan het bed' houden, maakt dat het wel eens moeilijk om de juiste getallen goed aan te leveren. Dus komen we onterecht weleens wat minder goed uit op allerlei landelijke top 10 - lijsten, terwijl onze kwaliteit wel degelijk gewaarborgd is." KorfbalOndanks zijn meer dan volle werkweken, probeert hij wel tijd vrij te maken voor zijn hobby's. Eén daarvan is korfbal. "Ik heb bijna mijn hele leven gekorfbald, dus was de aanwezigheid van een korfbalvereniging wel een voorwaarde bij het zoeken van een nieuwe woonplaats. Wat dat betreft zaten we in Hardenberg dus goed en zijn onze kinderen en ikzelf direct lid geworden toen we hier kwamen wonen. Dat bleek trouwens ook een mooie manier om snel een heleboel mensen in Hardenberg te leren kennen. Op het moment speel ik zelf niet, maar ben wel scheidsrechter en coach de kinderen", vertelt hij. "Van onze eigen kinderen spelen alleen de jongste twee nog korfbal. Jacqueline, de oudste, voetbalt nu bij VV Hardenberg. En wat ik van haar heb begrepen kunnen ze daar nog wel wat dames gebruiken…"
Fledder, Estelle en Daisy Ook Welsh Corgi's kunnen op zijn tijd en aandacht rekenen. "We hebben er drie: Fledder, Estelle en Daisy en we zijn er stapelgek mee. Het zijn niet alleen leuke, maar ook mooie honden. Het is onze droom om er ooit mee te gaan fokken. Als de buren het niet erg zouden vinden, zouden we graag een kennel gaat oprichten", lacht hij. KankerpatiëntenIn het Vechtgenotenhuis combineert hij werk en privé op een mooie manier. Dit Inloophuis voor Kankerpatiënten werd twee jaar geleden opgericht in Ommen en is bestemd voor Kankerpatiënten en hun naasten vanuit het hele Vechtdal. "De burgemeester van Hardenberg heeft het destijds samen met zijn collega-burgemeesters uit Ommen, Dalfsen, Twenterand, Hellendoorn, Staphorst en Zwolle geopend", vertelt hij. "Toen mij werd gevraagd of ik deel uit wilde maken van het bestuur, hoefde ik geen moment te twijfelen. Ik vond het een prachtig initiatief, temeer omdat ik weet dat er een grote behoefte is aan een plek, ver weg uit het ziekenhuis, waar patiënten, maar ook zeker hun familieleden, op een ongedwongen manier met elkaar kunnen praten over hun ervaringen."
Het Vechtgenotenhuis AandachtHij is ervan overtuigd dat er naast diagnosticeren en behandelen, veel meer aandacht zou moeten worden geschonken aan de persoonlijke begeleiding van de patiënt”, stelt hij. “Als oncoloog ontbreekt me daaraan helaas de tijd, terwijl een goede begeleiding de verwerking en als gevolg daarvan de behandeling, zeker positief zou beïnvloeden.” Blankenburgh is er daarom van overtuigd dat inloophuizen niet alleen bestaansrecht hebben, maar zelfs noodzakelijk zijn. Niet alleen voor de patiënt zelf, maar zeker ook voor zijn familie. “Vlak na de diagnose en tijdens de behandeling zal de patiënt daar zelf in de eerste instantie misschien niet zoveel behoefte aan hebben. Deze wordt in het ziekenhuis uitvoerig geïnformeerd over alles wat met zijn ziekte samen hangt. Met name in die periode is het vaak de familie die een beetje tussen wal en schip valt. De partner of ouders worden wel goed geïnformeerd, maar er is nauwelijks gelegenheid om aandacht te besteden aan hun emoties, behalve in de paar minuten dat een patiënt zich omkleedt.” WaardevolIs een inloophuis volgens Blankenburgh in het begin van het ziekteproces vooral een steunpunt voor de naaste familie, in de tweede instantie is het dat zeker ook voor de patiënt, met name als de behandeling klaar is. “Hoewel patiënten dolgelukkig zijn als de behandeling is afgelopen en ze genezen zijn verklaard, horen wij vaak dat het ‘losgelaten’ worden ook een soort van onzekerheid met zich meebrengt. Ook al hebben ze er nòg zo naar uitgekeken om de deur van het ziekenhuis voor de laatste keer achter zich dicht te slaan, in veel gevallen spreken ze toch van een zwart gat. In die periode kan de steun van lotgenoten in een inloophuis heel waardevol zijn.” |
|


