Bert Meulman, een Hardenberger met hart voor HardenbergTijdens de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie verraste burgemeester Bert Meulman vriend en vijand met de mededeling dat hij in september zijn ambt neer zal leggen. Het applaus dat na een moment van stilte losbarstte, emotioneerde hem. “Een applaus verwacht je bij een afscheid, niet bij de aankondiging daarvan. Ik ben meestal overal op geprepareerd, maar dit verwachtte ik niet. En ik moet zeggen, dat deed me wel wat.”
Precies tien jaar na zijn aanstelling als burgemeester van de toen splinternieuwe gemeente Hardenberg, besluit Meulman om afscheid te nemen. Niet omdat hij er genoeg van heeft, want er gebeuren nog voldoende interessante dingen in Hardenberg, maar omdat hij er zo langzamerhand de leeftijd voor heeft en hij van mening is dat een periode van tien jaar lang genoeg is om burgemeester te zijn in één en dezelfde gemeente. Dat zijn besluit voor de meeste aanwezigen nogal onverwachts kwam, vindt hij niet zo vreemd. “Pas twee dagen voor kerst heb ik besloten dat mijn vertrek maar moest ingaan als ik 65 werd. Tijdens de kerstdagen hebben we het met de kinderen besproken en op oudejaarsdag met de gemeentesecretaris en mijn secretaresse”, vertelt hij. Later volgden de collegeleden en de gemeenteraad. “De reacties varieerden van onaangenaam verrast tot emotioneel. Veel mensen hadden verwacht dat ik zou blijven tot na de opening van het nieuwe gemeentehuis, maar als ik dat zou doen dan is de verleiding waarschijnlijk te groot om mijn vertrek opnieuw uit te stellen. En dan sta ik hier over vijf jaar nog en dat wil ik niet. Het is goed zo.” HerindelingNa een studie rechten aan de Rijksuniversiteit van Groningen begon Bert Meulman Wat doe ik hierNaast het in praktijk brengen van de herindeling, gebeurden er in de eerste anderhalf jaar ook veel nare dingen. De Bonte Wever brandde af tot de grond, de MKZ heerste en er waren twee wethouderscrisissen. Het absolute dieptepunt was volgens Meulman het weekend waarin er zeven dodelijke slachtoffers, jonge mensen nog, waren te betreuren ten gevolge van verkeersongevallen. “Dat was heel heftig. Je bezoekt alle familieleden, maar je kunt niets doen om hen te troosten. Verschrikkelijk. In die periode zei mijn gevoel: wat doe ik hier, ik trek alleen maar ongeluk aan. Dit voelt niet goed”, bekent hij. “Maar na anderhalf jaar kwam er een kentering. We hadden er steeds naar gestreefd om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen en legden steeds maar aan iedereen uit dat Hardenberg geen andere gemeente overnam, maar dat we drie voormalig zelfstandige gemeenten op dezelfde manier wilden behandelen. Om dat daadwerkelijk tot uiting te brengen, wilden we in alle kernen aan de slag en voorzieningen in stand houden. We vonden het heel belangrijk dat daarop niet werd bezuinigd. We hebben plannen gemaakt voor de drie grote kernen, de begroting op orde gekregen en investeringsprogramma’s opgesteld. Dat kostte veel energie. We hebben altijd goed kunnen samenwerken met de gemeenteraad. Als college vormden we een hecht team. Ik heb dat altijd als een van de belangrijkste succesfactoren in Hardenberg beschouwd. We hebben samen, met de raad, gewerkt aan het nieuwe Hardenberg, in een positieve sfeer met goede onderlinge verhoudingen. Ik denk dat dit de sleutel van het succes is geweest.” IdealenBert Meulman is destijds de politiek ingegaan omdat hij idealen wilde realiseren. “Ondernemer worden kan ook je ideaal zijn, maar daar heb ik minder gevoel bij. Het openbaar bestuur is voor mij altijd nog de wereld waarin idealen kunnen worden gerealiseerd. Wat mijn persoonlijke idealen daarin waren? Een rechtvaardiger verdeling, de zorg, het onderwijs en het voorzieningenniveau op peil brengen en houden. Het publieke domein, was en is voor mij de plek waar ik wil zijn. Daar ben ik ook mee groot gebracht. Mijn vader was politiek actief en zelf werd ik al jong lid van de Arjos, de Antirevolutionaire Jongeren Studieclub. Daar heb ik het politiek bedrijven geleerd. Het houden van een betoog, het zoeken en wegen van argumenten, moties, amendementen, je kreeg van alles over je heen. Daar heb ik geleerd te discussiëren vanuit mijn eigen waardenpatroon en normenstelsel. Het is iets wat me mijn leven lang bij blijft. Ook later toen ik in het westen werkte en in contact kwam met mensen als Hannie van Leeuwen, Wietse van der Sluis en al die andere mensen die heel erg belangrijk zijn geweest in de politiek. Zij hadden het nooit alleen maar over wetgeving, maar over wat nu het waardenpatroon is van bijvoorbeeld eigendom en waar de norm nu ligt. Dat heb ik altijd heel boeiend gevonden”, vertelt hij. Besturen“In mijn periode op de VU heb ik heel veel geleerd, in feite werkte dat precies als het college hier. Ik zat ook in het bestuur van de Riagg in Amsterdam en in het bestuur van de HBO-V-opleiding; verder was ik adviseur van een ziekenhuis in Eindhoven. Zo ben ik als het ware breed opgevoed en gevormd door bekwame mensen. En leerde ik in korte tijd mijn eigen beperkingen kennen. Ik wist dat ik niet alles kon, dat ik niet die rasbestuurder was die ik soms om mij heen zag. Een functie als Tweede Kamerlid heb ik nooit geambieerd. “Toen ik gevraagd werd als wethouder van Hilversum sprak me dat direct aan. Een ijzersterk college van vijf man en een mooie portefeuille met o.m. financiën, economie, volksgezondheid, ruimtelijke ordening, grondzaken en het woningbedrijf. In Hilversum heb ik de basiskunsten in praktijk gebracht van het meedoen in een team zoals ik dat aan de VU had geleerd. Ik was veel te vinden in de samenleving, ik kende alle omroepen en bedrijven. Philips kwam in die tijd met bezuinigingen en dan was je daar, bij dat bedrijf. Ik had ook veel te maken met de centrumontwikkeling en bezocht de vergaderingen van de winkeliersverenigingen en de jaarvergaderingen van de industriekringen. Ook was ik veel te vinden bij sportcomplexen. Netwerken, dat is wezenlijk voor het functioneren in de publieke sector. Dat was toen zo en dat is nog steeds zo.” PKNHet was ook in zijn Hilversumse periode dat hij in aanraking kwam met het fenomeen kerksluitingen. Daardoor stond hij min of meer aan de wieg van de PKN. “Toen in de tachtiger jaren de eerste kerksluiting dreigde, heb ik samen met een goede vriend de basis gelegd voor PKN. We zijn gestart met het maken van één kerkblad voor de gereformeerden en hervormden, want we realiseerden ons dat heel veel, zo niet alles draait om een goede informatievoorziening. Vervolgens hebben we een procesbeschrijving gemaakt, waarin ook zaken als het beurtelings preken van hervormde en gereformeerde predikanten aan bod kwam. En gemeenschappelijke vergaderingen van kerkbesturen en gewone leden. Uiteindelijk zouden er in een bepaalde wijk twee van de drie kerken sluiten en moesten we allemaal naar hetzelfde gebouw. Wij hebben onze ideeën neergelegd bij die kerken. Uiteindelijk zijn die door een commissie van een man of vier uitgewerkt. Een belangrijke zaak toen, en het is goed uitgepakt.” Thuiskomen
VrijwilligerswerkInmiddels is Meulman zo vergroeid met Hardenberg dat hij voorlopig nog niet over weggaan denkt. Wat hij na september gaat doen weet hij nog niet precies, maar de geraniums worden het nog lang niet. “Ik ben al vijftien jaar bestuurslid van de stichting No-nonsense, dat wil ik blijven doen. Dit is een particuliere stichting die mensen in noodsituaties bijstaat. Daarnaast zit ik in besturen van een stichting voor onderwijs recht en een stichting die de relatie tussen voeding en kanker onderzoekt. Dat is allemaal heel boeiend en leuk. Dat wil ik blijven doen. Ook loop ik met plannen rond om jonge mensen die bestuurder van een gemeente zijn of willen worden, te begeleiden. Dat wordt geen baan, want dat wil ik op vrijwillige basis doen. Ik moet dus ook echt wat zien in die mensen. Als ik denk: dat wordt niet wat, dan begin ik er niet aan. Wat ik verder ga doen, kan ik nu echt nog niet zeggen. Ik heb de beslissing nog geen maand geleden genomen en het is nog lang geen september. Tot die tijd blijf ik gewoon aan het werk en wil ik me volop blijven inzetten voor alle belangrijke zaken die op dit moment spelen in Hardenberg. En er is nog zoveel te doen.” |
|

zijn carrière op de secretarie van de gemeente Groningen. Daarna werkte hij een aantal jaren op de griffie van de provincie Groningen en werd daarna adjunct-secretaris van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn bestuurlijke carrière begon hij als wethouder van de gemeente Hilversum en werd vervolgens benoemd tot burgemeester van de gemeente Den Ham. In 2001, na de herindeling, werd hij burgemeester van Hardenberg. “Tien jaar Hardenberg. Ik heb nog nooit zolang achter elkaar in één functie bij dezelfde organisatie gewerkt”, zegt hij. “Het was hard werken, maar altijd interessant. Ik begon op 1 januari 2001, op de dag van de samenvoeging en de dag dat de herindeling pas echt begon. Het eerste wat we gedaan hebben, is om alle regels in iedere kern gelijk te trekken. Dat was een hele klus, want er bestonden veel verschillen. Zo mocht je in het ene gebied een open vuur stoken zonder vergunning, terwijl dat in een ander gebied absoluut niet mocht. Hetzelfde gold voor de subsidieverordeningen. In de ene kern kreeg de voetbal een bedrag per vierkante meter terwijl er in een andere plaats geen huur voor het clubgebouw werd betaald, maar er ook geen subsidie werd verleend. Een ander probleem was de onbekendheid met cultuur en risico’s. Wat moet je doen als er uit Veldzicht in Balkbrug iemand ontsnapt enzovoorts.”
De stap vanuit het wilde westen naar het rustige oosten lijkt een grote, maar kostte Bert Meulman minder moeite dan de stap van Groningen naar Hilversum die hij jaren daarvoor maakte. “Zaken als kerk, scholen en het vrijwilligerswerk waren in Hilversum niet te vergelijken met Groningen. Hilversum was anders. Niet per definitie slechter, maar echt anders. Dat was wennen. Toen we terugkeerden naar het oosten en terechtkwamen in Vroomshoop, was het alsof we thuiskwamen. Wat ooit in Groningen normaal was, was dat in Vroomshoop nog steeds. Het kerkelijke leven en het vrijwilligerswerk drukt hier in het oosten een positieve stempel op de samenleving. Hilversum vergrijsde destijds al, maar hier was dat toen nog niet het geval. Het Gooi is qua groen net zo mooi als Den Ham, alleen is het hier wat minder druk. Het wordt hier nog donker, daar toen al niet meer. Of neem het verkeer. In het westen rijden ze agressief, hier rijden ze hard. Hier heb je geen files, daar alleen maar. Dus, nee, het was niet wennen hier in het oosten. Het was thuiskomen.”