Een voorbeeldige Ommer Hardenberger

BEERZERVELD - De Hardenberger van deze maand is een burger met 'Voorbeeldig Gedrag'. Zo voorbeeldig, dat hij dit jaar op Prinsjesdag te gast was bij Koningin Beatrix om daar met eigen oren de Troonrede aan te horen.

De grote vraag is dan natuurlijk: is deze Hardenberger echt zo voorbeeldig? Chris Stuut lacht. "Haha, dat probeer ik natuurlijk wel te zijn, maar of dat ook echt lukt moet een ander maar beoordelen." Stuut is één van de twee 'burgers van voorbeeldige maatschappelijke verdiensten' die per provincie worden uitgenodigd voor deze jaarlijkse plechtigheid. "Ik was al een klein beetje voorbereid, omdat iemand van het Prins Bernard Cultuurfonds een tijdje geleden belde om te vragen of ik het mooi zou vinden Prinsjesdag bij te wonen. Maar pas toen ik papieren kreeg en een gelukswens van burgemeester Kok, realiseerde ik me dat het ècht waar was", vertelt hij.

Ommen

Dat hij een gelukswens kreeg van Ommer burgemeester Kok, in plaats van burgemeester Meulman, is niet vreemd, want hoewel hij zich voor honderd procent Hardenberger voelt, woont Stuut officieel op Ommer grondgebied. Hij wijst uit het raam van zijn woning aan de Oosterweg in Beerzerveld. "Kijk, daar ligt Hardenberg. Wij wonen precies aan de 'verkeerde kant' van de grens", zegt hij. Maar al ligt Beerzerveld dan in Ommen en Mariënberg in Hardenberg, voor de bewoners voelt Beerzerveld/Mariënberg als één dorp. "We delen alles met elkaar, sportaccommodaties, feesten, evenementen en het verenigingsleven. Het is gewoon één grote gemeenschap, waarvan de meeste inwoners zijn gericht op Hardenberg."

De boomlange Beerzervelder denkt dat hij zijn Koninklijke uitnodiging te danken heeft aan zijn werkzaamheden voor het Prins Bernhard Cultuurfonds (PBC). Niet alleen organiseert hij sinds jaar en dag de Anjer-collecte in Hardenberg, ook is al meer dan twintig hij depothouder van het pooldepot van het PBC Overijssel in de Vechtdalregio.

Cultureel

Stuut kwam ooit in aanraking met het Prins Bernard Cultuurfonds door zijn werk in de Voorveghter en hoe hij daar weer terecht kwam is een lang verhaal. Hij gaat er eens goed voor zitten en begint te vertellen. "Precies vijfenzestig jaar geleden werd ik geboren op de plek waar ik nu nog steeds woon. In mijn jeugdjaren was er weinig te beleven in Beerzerveld/Mariënberg. Je had hier niets anders dan de Jongens- of Meisjesvereniging van de kerk, de voetbal of de muziek. Ik hield van muziek, dus ik ging bij de Broederband. Toneel was ook een hobby. Ik was ook lid van de Plattelandsjongeren in Mariënberg en daar voerden we ieder jaar een toneelstuk op. Ik vond het prachtig om daaraan mee te doen", vertelt hij. "Ook op de Jongens- en Meisjesvereniging werd aan toneel gedaan, dus op een gegeven moment bedachten we dat het mooi zou zijn om een èchte toneelvereniging op te richten." Dat was het begin van Vorie Vana, wat 'Voor Iedereen, Van Amateurs' betekent. De vereniging bleek van meet af aan een succes. Nog steeds speelt het gezelschap onder leiding van regisseur Chris Stuut zo'n twintig uitvoeringen per jaar. "Of wij landelijke beroemdheden hebben voortgebracht?" Hij schudt zijn hoofd. "Nee, dat niet. Maar ik regisseer ook een toneelgroep in Notter. Daar woonde actrice Johanna ter Steege vroeger. Haar heb ik een paar jaar mogen regisseren, en dat vind ik achteraf toch wel echt leuk."

Liefde

Ook zijn vrouw ontmoette hij via de toneelvereniging, of liever gezegd, daar werden ze echt een stel. "Ik had haar al langer op het oog", vertelt Stuut. "Mijn zuster gaf naailes en al haar cursisten liepen door onze woonkamer naar haar naaiatelier. Ik vond Jannie meteen al leuk, maar zij zag mij niet echt staan. Totdat ze een voorstelling van Vorie Vana bezocht. Na afloop bleef ze met de andere meisjes van naailes nog even wat drinken en toen heb ik haar thuis gebracht." Hij lacht. "Dat is goed gelukt, want we zijn alweer jaren gelukkig getrouwd." Naast toneel, is Stuut ook nog steeds druk met de muziek. Hij speelt niet alleen, maar is ook sinds 1972 voorzitter van de Broederband. "Ja, bijna mijn 40-jarige jubileum. Ik ben er in al die tijd één jaartje tussenuit geweest, omdat ik vond dat een ander de kar ook maar eens een keer moest trekken. Ik ruilde van functie met een ander bestuurslid, maar na een jaar bleken we beiden niet echt op onze plek en hebben we het maar weer teruggedraaid."

Boerderij

Naast al zijn hobby's moest er natuurlijk ook gewerkt worden. Stuut groeide op als zoon van een veehouder en zoals in die tijd gebruikelijk was, zou hij zijn vader op den duur opvolgen. Het liep anders. "Ik ben wel op mijn ouder's boerderij begonnen als boer, maar dat duurde niet lang. Halverwege de zestiger jaren kwamen de ligboxenstallen in zwang. Om twee gezinnen aan het eten te houden, moesten we kiezen: òf investeren en uitbreiden òf de boel van de hand doen. Voor dat laatste hebben we toen gekozen. We zijn gestopt met de boerderij, maar bleven hier wel wonen, vertelt Chris. "Ik ben toen gaan werken. Eerst bij de Grasdrogerij in Ommen en later bij een aannemer in Bruchterveld. De bouw beviel me en zo kwam ik uiteindelijk terecht bij Kampman in Hardenberg. Daar werkte ik met veel plezier als metselaar, totdat mijn elleboog in 1987 versleten bleek en ik helaas werd afgekeurd."

Theater

Omdat hij weinig zin had om al zo jong achter de geraniums te belanden, werd Stuut vrijwilliger in het Hardenbergse theater de Voorveghter, een functie die goed aansloot bij zijn voorliefde voor toneel en muziek. "Ik begon daar als vrijwilliger, maar kreeg later dankzij Jan Kroesen een vaste aanstelling van twintig uur. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor, want ik heb er tot mijn pensionering elf fantastische jaren gehad. Toen ik begon zaten we nog in het oude gebouw. Ik heb dus de nieuwbouw en de hele groei van de Voorveghter meegemaakt. Maar ook al is het tegenwoordig een professioneel theater, als je er binnenstapt voelt het nog altijd als een warm bad", vindt Stuut. "Ik hielp altijd met het opbouwen van het licht en heb daardoor veel contact met allerlei artiesten gehad. Zo kan ik me nog herinneren dat Bert Visscher hier twintig jaar geleden voor het eerst optrad. Hij kwam met één technicus en al zijn apparatuur in een klein Fiatje. Het was hartstikke mistig en na afloop riep hij op z'n Gronings : hoe mut ik hier weer vutkomm? Toen heb ik hem naar de rijksweg gebracht. Tegenwoordig is hij beroemd en komt hij met twee trailers, maar we hebben nog altijd een goede band. Ook aan Youp van 't Hek heb ik leuke herinneringen. Ik weet nog dat wij 's middags eens aan het opbouwen waren en dat twee van zijn technici zo'n vreselijke ruzie met elkaar kregen dat ik ze bij de kladden heb gepakt en ze de deur uit heb gezet. Tussen het opbouwen en de voorstelling door ging ik thuis altijd even eten. Toen ik 's avonds weer terug was in het theater, kwam Youp naar me toe en vroeg wat er toch was gebeurd. Dat is inmiddels jaren geleden, maar iedere keer als hij me daarna zag, vroeg hij me of zijn jongens goed hadden opgepast. In het oude theater hebben we ook vreselijk gelachen met Sjoerd Pleijsier en Huub Stapel. Toen ze 's middags kwamen en het podium was ingericht, was het hen veel te klein. "Hoe moet dat nu, die 'mis en scene' klopt helemaal niet", riep Huub Stapel. "Zo kunnen toch niet spelen!" Maar we konden ze niets beters aanbieden, dus moesten ze wel."

Prins Bern hard Cultuur Fonds

Vanuit zijn werk coördineerde Stuut toentertijd ook de Anjercollecte van het Prins Bernhard Cultuur Fonds. "De Voorveghter maakte toen nog deel uit van de Culturele Raad Hardenberg, en die moest de collecte organiseren, dus toen ik geleidelijk aan meer administratieve taken kreeg, kwam ook dat op mijn bordje terecht. Toen ik stopte met werken, heb ik die taak meegenomen en doe het nu als vrijwilliger. Het is altijd weer een hele klus om die routes rond te krijgen en genoeg collectanten te vinden, want het gaat niet alleen om de stad Hardenberg, maar ook om Sibculo, Kloosterhaar, Bergentheim, Bruchterveld en Slagharen", vertelt hij. Stuut is ook al twintig jaar depothouder van het pooldepot van het PBC Overijssel in de Vechtdalregio. Die functie heeft hij te danken aan zijn regisseurschap van de toneelvereniging Vorie Vana. "In de beginjaren van Vorie Vana traden we regelmatig op, waarbij we de boel uitlichtten met bouwlampen. Omdat we kwalitatief goed speelden, vond ik dat ook de entourage een wat hoogwaardigere uitstraling moest krijgen. Ik deed daarom bij het PBC een aanvraag voor een professionele lichtinstallatie. Een hele tijd later kreeg ik te horen dat ze wel geld wilden geven, maar dan om een pooldepot op te zetten, met allerlei toneelapparatuur en attributen, die vervolgens voor een voordelig tarief gehuurd zouden kunnen worden door verenigingen in het Vechtdal." Het pooldepot kwam er en vond een blijvende plek in de garage van Stuut. Sindsdien heeft hij er wekelijks werk mee, maar als toneel- en muziekliefhebber doet hij dat met plezier."