Veilig slapen in Hardenberg

HARDENBERG - De 23-jarige Jawad Nuri is het schoolvoorbeeld van de goed geïntegreerde allochtoon. Vanaf het moment dat hij samen met zijn ouders en broers vanuit Afghanistan naar Nederland moest vluchten, heeft hij iedere kans gegrepen om wat van het leven in zijn nieuwe vaderland te maken.

Jawad Nuri in zijn eigen steakhouse

Totdat de Taliban de macht greep, was het leven in Afghanistan goed voor de familie Nuri. Vader Nuri was zakenman en eigenaar van een grote winkelketen. Het bedrijf floreerde, de kinderen studeerden ijverig, hadden veel vrienden, deden aan sport en leidden het leven dat alle pubers over de hele wereld leiden. Door de oorlog werd alles anders, de inwoners van het land werden gecontroleerd, aan banden gelegd en ieder die zijn kop boven het maaiveld uitstak, was zijn leven niet zeker. Ook vader Nuri kreeg problemen met de Taliban. Nadat hij op straat werd neergeschoten was het welletjes. Hoe moeilijk ook, in het jaar 2000 besloot de familie Nuri hun vaderland en familie te verlaten en te vluchten naar Nederland.

ISK

“Het was moeilijk. Wij wilden het liefst blijven, maar we waren ons leven niet zeker. We konden niet anders dan weggaan”, vertelt Jawad. “We, dat waren mijn vader, moeder, twee broers en ik. Mijn zus, al getrouwd, bleef achter in Afghanistan. We belandden in Zevenaar werden van daaruit naar het OC in Ommen gestuurd. Al snel gingen we iedere dag naar het ISK, een school voor allochtone jongeren in Hardenberg, om Nederlands te leren. We hadden het erg naar onze zin op onze school en in Ommen, maar plotseling stuurden ze ons naar een AZC helemaal in Limburg. Daar verbleven we maandenlang, totdat we eindelijk een verblijfsvergunning kregen.”

Baalderveld

Tijdens hun Limburgse periode onderhielden Jawad en zijn een jaar jongere broer Jalal trouw contact met Atie Wessels, een van de leraressen op de ISK-school. “Ze was heel aardig voor ons. Toen ze hoorde dat wij een verblijfsvergunning hadden gekregen, regelde ze voor ons een inschrijving voor een huis in Hardenberg.” Een jaar later was er een woning beschikbaar voor het gezin, en keerden ze terug naar Hardenberg en betrokken een woning in Baalderveld. Jawad sprak inmiddels al goed Nederlands en ging met zijn broer op zoek naar een weekendbaantje.

Weekendbaantje

“De eerste week dat we hier waren hebben we wat in de buurt rondgefietst en kwamen in Ommen in gesprek met Giarratana, de eigenaar van La Dolce Vita. Hij zei dat we wel bordenwassers konden worden in zijn zaak. We konden meteen beginnen.” Vijf jaar lang fietsten de broers op en neer tussen Hardenberg en Ommen voor hun weekendbaantje in de pizzeria. “Werken is de beste manier om zo snel mogelijk de taal en de gewoonten van een land te leren. Dat zou eigenlijk iedereen moeten doen die hier komt wonen”, vindt Jawad.

Alfacollege

Het horecawerk beviel de jonge Afghaan uitstekend en hij besloot na zijn eindexamen de Hotelschool te doen. “Ik begon op het Deltioncollege in Zwolle, maar het heen en weer reizen bleek te duur voor ons. Daarom ben ik naar een jaar overgestapt naar de koksopleiding op het Alfacollege in Hardenberg. Nog steeds werkte hij ieder weekend. Inmiddels niet meer alleen bij de pizzeria, ook werkte hij als het even kon in de snackbar bij Podium. Na het behalen van zijn koksdiploma, kon Jawad samen met zijn broer aan de slag als bedrijfsleiders van een klein steakhouse in Ommen. Inmiddels is Cleo het eigendom van de twee gebroeders.

Integreren

“Elke kans die wij kregen hebben mijn broers en ik aangegrepen”, vertelt hij. “Een ander kan jouw leven niet maken, dat kan je alleen zelf doen. Vanaf het moment dat wij in Nederland aankwamen, heb ik mijn uiterste best gedaan om de taal goed te leren, want als je de taal van een land niet spreekt, kun je nooit integreren. Inmiddels voel ik mij echt een Hardenberger, ik wil hier dan ook nooit meer weg. Soms ga ik wel eens een dagje naar Amsterdam of een andere grote stad, maar dan mis ik Hardenberg meteen.”

Veilig

“Wat er zo mooi is aan Hardenberg?” Hij lacht. “We komen hier alleen goede mensen tegen. Ik heb nog nooit een slechte Hardenberger ontmoet. Ze zijn vriendelijk, ze groeten elkaar. Veel mensen hebben ons geholpen, vooral mevrouw Harmi en Tekla Drenthen. Daar zijn wij hen heel dankbaar voor. Ik ken inmiddels veel mensen in Hardenberg en ik denk dat veel mensen de gebroeders Nuri kennen. Dat je je eigen vaderland moet verlaten is erg. Maar we gaan hier gewoon door. Onze toekomst ziet er weer goed uit. In Hardenberg kunnen we veilig slapen.”