Brandweervrouw in hart en nieren

Door Erna Ekkelkamp

BERGENTHEIM - Zodra de pieper gaat, laat brandweervrouw Edith Wijnholt de boel de boel en springt ze in haar auto om zo snel mogelijk bij de Bergentheimse brandweerkazerne te zijn om te kunnen uitrukken en hulp te verlenen bij brand, ongelukken, wateroverlast, stormschade en dieren in nood.

Een uitruk is altijd leuk en spannend vindt ze. “Ik ben altijd weer benieuwd wat er aan de hand is. Als er eerder ongelukken gebeurden of er ergens brand was, ging ik nooit kijken, omdat ik niemand in de weg wilde staan. Maar dat ik nu als brandweervrouw echt iets kunt betekenen voor degenen die iets overkomt, geeft mij wel een kick. Ondanks het feit dat je soms met moeilijke zaken te doen hebt”, vindt Edith Wijnholt. Wie haar tien jaar geleden voorspeld zou hebben dat ze als moeder van vijf kinderen ooit bij de brandweer verzeild zou raken, had ze vierkant uitgelachen. “Toen ze bij de brandweer vrijwilligers zochten en mijn man me vroeg of dat niets voor mij was, vond ik dat vooral een goede grap, maar toen ik door iemand van de vrijwillige brandweer in Bergentheim werd gevraagd of ik erbij wilde komen, begon ik er serieus over na te denken. Inmiddels ben ik alweer een jaar of drie bij de brandweer.”

Moeder

Amper twintig jaar was Edith toen ze trouwde en kort daarna moeder werd van haar oudste zoon. Vanaf dat moment wijdde ze zich volledig aan haar gezin. “In die tijd was het nog niet gewoon dat je als moeder bleef doorwerken. Dat was trouwens ook iets wat ik beslist niet wilde. Ik had al jong verkering met Benno en wist als snel dat ik vooral moeder wilde worden. Dus besloot ik na de MAVO meteen aan het werk te gaan en kwam terecht als administratief medewerkster bij een bedrijf in Vroomshoop”, vertelt ze. “Ik ging één dag per week naar school en haalde daar het diploma administratief medewerkster. Toen ik aan de studie wilde voor het middenstandsdiploma, bleek ik zwanger. We trouwden en vanaf dat moment ben ik volledig voor het gezin gegaan.

Conditie

In de daarop volgende jaren kreeg het jonge stel vijf kinderen en had Edith haar handen vol. Maar dat weerhield haar er niet van om zitting te nemen in allerlei commissies en besturen. “Het alleen maar tussen de kinderen zitten, viel me soms toch wel zwaar, dus ging ik af en toe een dagje ergens schoonmaken en deed ik vrijwilligerswerk bij de peuterzaal, de volleybalvereniging, vrouwenvereniging. Ook was en ben ik nog steeds oppasmoeder voor de kinderen van mijn zussen”, vertelt ze. Toen de jongste naar school ging, werd Edith juf bij de peuterzaal, maar hoewel je misschien anders zou verwachten, beviel haar dat maar matig. “Ik vond het werken met kinderen wel leuk, maar het was niet echt mijn ding. Wat ik wel wilde, wist ik ook niet. Dus toen ik gevraagd werd door iemand van de brandweer, omdat ze mensen zochten die overdag de hele dag in Bergentheim waren en daarmee dus goed bereikbaar, besloot ik toch maar eens naar een voorlichtingsavond te gaan. Wat ik daar hoorde sprak me wel aan, dus ik schreef me in en onderging een conditietest en een sollicitatiegesprek.” Ze lacht. “Verbazingwekkend genoeg had ik een goede conditie, ondanks dat ik op dat moment niets aan sport deed. Ik kreeg trouwens wel het advies om dat toch maar weer te gaan doen.”

Schoolbanken

Nadat ze was goedgekeurd, volgde Edith een cursus, waarbij je een jaar lang wekelijks naar school ging. Een geweldige tijd, vindt ze achteraf. “Het was heel gezellig om weer in de schoolbanken te zitten, ik keek er echt naar uit. Interessant was het ook: we leerden van alles, variërend van alles wat te maken heeft met het brandgebeuren en de techniek van de wagen tot en met reanimatie en bedrijfshulpverlening.”

Pieper

De eerste keer dat de pieper ging, durfde ze niet naar de kazerne te gaan. “Ik zat klaar om naar de cursus te gaan en zag toen een melding van een ongeval Prio 1, waarschijnlijk een ernstig ongeval dus. Ik was nog niet eens officieel brandweervrouw en vond het eng, dus besloot ik om niet mee te gaan”, bekent ze. “Maar toen ik later voor het eerst meeging en die spanning voelde, was ik meteen enthousiast. Vanaf dat moment ben ik nooit meer bang geweest, maar vind ik het altijd leuk en spannend en ben ik benieuwd wat er aan de hand is.” Eerlijkheidshalve voegt ze eraan toe dat ze bij het gaan van een pieper altijd wel even in haar hoofd nagaat wie van het gezin of de buren op dat moment onderweg zijn. “Tja, je woont in een dorp en dan is de kans groot dat er bekenden bij zijn. Dat is altijd wel even iets dat door je hoofd schiet.”

Beestenboel

Het brandweervak bestaat maar voor een klein deel uit het blussen van branden. Ook bij ongelukken is de brandweer paraat. Daarnaast moeten er regelmatig dieren worden gered. “Hier in Bergentheim moeten we vaak allerlei dieren uit het kanaal halen. Vaak zijn het reeën, maar we hebben zelfs een keer een das uit het kanaal gehaald. Dat doen we dan met stokken en een touw met een lus, het is niet de bedoeling dat we er zelf inspringen. We proberen het in de eerste instantie altijd vanaf de kant, maar mocht dat niet lukken, dan komt er een boot uit Hardenberg. Is het dier eenmaal gered, dan nemen we hem mee in de auto en zetten hem er in het bos weer uit. Het komt ook weleens voor dat je dieren uit een mestkelder moet halen. Dan zak je, gekleed in een pak en met ademlucht op, letterlijk in de stront. Op dit moment zijn er ook veel kleine bermbrandjes. Dat zijn allemaal wel leuke dingen, waarbij je in een uur terug bent. Daarnaast hebben we iedere woensdagavond een oefening. Dat is leerzaam én gezellig.”

Zelfvertrouwen

Na het eerste jaar, waarbij de brandweervrouw vaak twijfelde of het werk wel te combineren was met haar gezin en of het wel iets voor haar was, kreeg ze er steeds meer zin in. Nu zou ze zich een leven zonder de brandweer niet meer kunnen voorstellen. “Mijn leven is echt veranderd door de brandweer. Ik was altijd al wel veel onder de mensen en zat ik allerlei besturen en commissies, maar ik voelde me toch altijd vooral moeder en huisvrouw. Door bij de brandweer te gaan moest ik een stap maken naar een heel andere wereld. En als je dan merkt dat het je goed afgaat, geeft je dat echt zelfvertrouwen. Ik ben er een stuk zekerder van geworden en ook een stuk zelfstandiger in veel dingen. Omdat ik niet bij ieder wissewasje wil zeggen dat het te zwaar voor me is, ben ik meer gaan sporten en doe ik ook aan krachttraining. En als de mogelijkheid zich voordoet, wil ik me ook zeker verder gaan ontplooien in de brandweerwereld. Het bevalt me allemaal heel goed. Ik kan het iedereen aanraden.”