Een echt gezelligheidsdierSLAGHAREN – De enkele keren dat Joop de Vent op bezoek was bij Meester Brader in het meestershuis, keek hij zijn ogen uit. Die keuken, de oude bedsteden. Eén stap over de drempel stond gelijk aan een sprong van tachtig jaar terug in de tijd. Een prachtige ervaring voor iemand die ‘gek van de historie’ is. Inmiddels vertoeft hij er bijna dagelijks.
Joop de Vent in het Oale Meestershuus. “Het museum is mijn lust en mijn leven.” Wielen en blik“Toen ik in het midden van de jaren ’80 eens op een vergadering was bij ‘Ome Dries’, hoorde ik van de wethouder dat het huis van de meester in 1987 zou moeten wijken voor parkeerplaatsen. Dat vond ik zó zonde. Waarom moest zo’n mooi oud huis, met zo’n rijke geschiedenis, wijken voor wielen en blik?” vroeg hij zich af. “Dus ik naar burgemeester Smit. Die adviseerde mij om een vereniging te beginnen. Binnen een week was de stichting Streek Historisch Museum een feit en mochten we een museum opzetten in het Oale Meestershuus.” EnclaveHoewel Slagharen een overwegend katholieke enclave vormt binnen de gemeente Hardenberg, was het Joop’s streven om een oecumenisch bestuur te vormen. “In een kleine gemeenschap speelt een groot deel van het sociale leven zich af rond de kerken. Daarom leek het idee van een oecumenisch bestuur me zo mooi; het oude meestershuus is tenslotte van ons allemaal, dus is het ook mooi als iedereen zich erbij betrokken voelt”, legt hij uit. “Aanvankelijk zag niemand daar wat in. ’Joop, dat lukt nooit’, zeiden ze tegen me. Maar het lukt al vijftien jaar”, lacht hij tevreden. Geen enkele luxeHet Oale Meestershuus werd echt zijn kindje. “In 1985 ben ik –veel te jong- afgekeurd vanwege een zwaar ongeluk. Het museum werd mijn redding. Hier kon ik mijn ziel en zaligheid in kwijt.” Hij bouwde het museum met behulp van veel vrijwilligers letterlijk en figuurlijk van de grond op, om te beginnen met het woning zelf. “Meester Brader gaf kennelijk weinig om luxe, want sinds de bouw was er vrijwel niets meer veranderd in het huis. De elektrische bedrading liep door ijzeren buizen omhuld met katoen en de waterleidingen waren van lood”, herinnert hij zich. “Daarnaast was het huisje meer dan toe aan een flinke verfbeurt. In die renovatie kwam trouwens duidelijk naar voren hoe een klein dorp groot kan zijn. Alle benodigde materialen kregen we gratis van de plaatselijke middenstand in Schuinesloot, Slagharen en Lutten en vrijwilligers werkten avond aan avond keihard om alles weer mooi te maken.” Inmiddels vormt het museum het middelpunt van de Slagharense bevolking. Naast de 5000 bezoekers per jaar, wordt er volop gebruik gemaakt van de vergaderzaal en is het meestershuus de uitvalsbasis van de inmiddels befaamde pannenkoeken-fietstocht op tweede Pinksterdag. Sinterklaas èn kerstmanBehalve als museumbeheerder, is Joop onder de Slagharense jeugd vooral bekend onder zijn alter-ego’s Sinterklaas èn Kerstman. Rollen die hem op het lijft geschreven zijn. “Ik ben gek op gezelligheid en heb veel en graag contact met allerlei mensen.” Van een goede grap houdt hij ook. Al vreest hij dat hij het als dialectsprekende Sint bij de vrouwenvereniging misschien wat tè bont heeft gemaakt. “Dat was zó machtig mooi”, geniet hij nog na. “Ik hou niet van vloeken, maar toen ik struikelde en mijn mijter afviel, ontsnapte er een knetterende vloek uit mijn mond en de hele zaal lag plat.” Joop noemt zichzelf een gelukkig man. “Ik heb mooi werk, ben getrouwd met een lieve vrouw, heb een zoon en schoondochter en twee prachtige kleindochters.” Hij lacht. “Die meiden, Lisa en Rosalie zijn echt mijn schatten. Iedere woensdag passen we op ze en worden we ingewijd in de geheimen van K3, prinsessenjurken en make-up. Geweldig.” |
|
