De mooiste parels vind je op onverwachte plekken

BERGENTHEIM - Wie rijdend door de weidse groene dreven in de buitengebieden van Hardenberg, ergens rond Bergentheim plotsklaps verrast wordt door de klanken van gitaarmuziek, kan maar het best zijn oren achterna gaan, tot op de plek waar het geluid zich bevindt.

De voorzijde, gezien vanaf de Kanaalweg Oost De heer des huizes

De geluidsbron is afkomstig uit het sfeervolle onderkomen van Rudi Bults, echtgenote Ali en hun (pleeg)kinderen. Die witte villa en het naastliggende gitarenatelier, waarmee Bults de kost verdient, is gebouwd naar eigen ontwerp van het echtpaar Bults. Het voormalige vervenershuisje dat ze ooit kochten, is in de loop der jaren vrijwel volledig afgebroken, opnieuw vormgegeven en herbouwd door de heer des huizes, met hulp van een aannemer. “We komen uit Hellendoorn en Nijverdal en zijn hier destijds naartoe gekomen voor dit huis. We zochten een vrijstaande woning, maar regio Hellendoorn is enorm duur. Dit was een heel oud krot en dus te betalen, al moest er wel veel aan gebeuren”, vertelt Bults. “We hebben er geen dag spijt van gehad en zijn inmiddels helemaal gericht op Hardenberg. Het is een fijne plaats om te wonen.”

Trompe l’oeuils

Gitaaratelier ‘The Fellowship of Acoustics’ mag dan misschien wat achteraf liggen, een bont gezelschap van nationale en internationale gitaristen weet de weg naar het atelier uitstekend te vinden. In het gastenboek staan internationale namen als Stevie Nann, Tommy Immanuel en Jeff Beck, maar ook vaderlandse gitaristen van de bands van Ilse de Lange, Freek de Jonge en vele anderen, komen geregeld schatgraven in de bijzondere gitarencollectie van Bults. Alleen al de muur- en plafondschilderingen in het atelier zijn een bezoekje meer dan waard. De prachtige ‘trompe l'ouil’s’ (wat letterlijk de vergissing van het oog betekent), wekken de indruk van prachtige vergezichten, potten met rozen en bossen droogbloemen hangend aan de muur. “Mooi hè”, vindt Rudi. “Mijn moeder vroeg me onlangs hoe het toch mogelijk was dat die hangende bossen bloemen er zo fleurig uit bleven zien.”

Zuid Afrika

Het woonhuis oogt aan de voorkant door het grove stucwerk en de weelderige begroeiing als een onneembare vesting, terwijl de achterzijde dankzij de ronde erker en daarboven het ronde balkon en dito dak, het midden houdt tussen een Engelse cottage of een kabouterhuisje. Maar dat is de buitenkant. Het interieur van de familie Bults heeft niets kabouterachtigs en is berekend op de vele pleegkinderen aan wie het gezin onderdak verleent. De stijl is een mengelmoesje van Engelse nostalgie en robuust modern. Op de enorme hoekbank is het gezellig toeven met het hele gezin en aan de grote stoere eettafel kan urenlang worden nagenoten en gediscussieerd over van alles en nog wat. Een witte vleugel siert een van de hoeken van de kamer en in de erker staan twee romantische stoeltjes. De vloer van Afrikaans leisteen kan wel een stootje hebben. “Die vloer is echt bijzonder”, vertelt Bults. “Het leisteen is speciaal voor ons verscheept vanuit Zuid Afrika en was wel zes weken onderweg. We zetten hem iedere week in de was, daardoor wordt hij steeds mooier en dieper van kleur.

Kunst en kleur

Een enorm schilderij in rose- en groene tinten domineert de wand. “Dit is een echte Emilio Kruidhof”, vertelt Bults trots. “Die heb ik met hem geruild voor een gitaar. Ik hou echt van kunst en van mij mag het hele huis ermee volhangen, maar Ali vind dat wat minder. Wij zijn in dat opzicht echt elkaars tegenpolen. Ali houdt van functionele dingen, ik hou van vol en kleurig.” Ali lacht. “Ik kan heel veel accepteren. Dat hij onze lichtgele wanden met zalmkleurige verf sponsde vond ik nog acceptabel, maar toen ik eens thuiskwam na mijn werk en Rudi de trap gifgroen had geschilderd, ging mij dat echt te ver. Doe maar gewoon, dat is al gek genoeg.”

Grote plannen

Na twee grote verbouwingen, waarvan de laatste een jaar duurde, zou je denken dat het daar bij blijft. Maar niets is minder waar. De heer des huizes heeft alweer allerlei plannen. “Ten eerste de buitenkant van het huis. Die wil ik strak maken, want ik vind dat de uitstraling echt verknald wordt door dat ruwe spackwerk. En daarna wil ik het atelier en het huis graag aan elkaar trekken. De overgang moet totaal anders worden dan de rest van het huis. Ik zit te denken aan leistenen stapelblokken, zoals ik België.”