Wonen in een kern met pit

De vakantieboerderij van de familie Huisjes staat pal aan de grens

ACHTERIN – “Als er op een dag tien auto’s langskomen is het hier druk”, zegt Harm Huisjes. “En dan zijn het er eigenlijk maar vijf”, vult echtgenote Riek aan. “Want de Radewijkerweg is een doodlopende weg, dus aan het eind draaien ze allemaal om.”

De familie Huisjes woont in Radewijk-Achterin. Het uiterste puntje van Nederland. “Kijk”, wijst Harm. “Daar bij die bosrand is de grens. Onze buren wonen in Duitsland.” Op de kaart is te zien dat Radewijk –in de volksmond Roke genoemd- uit drie gedeelten bestaat: Radewijk-Voorin, Radewijk-Middenin en Radewijk-Achterin. “Vandaar dat wij ons huis ook de naam ‘de Rooke tip’ hebben gegeven. Ons huis staat echt helemaal op het randje, de tip zoals we hier zeggen, van ons land.” Radewijk is onverwachts mooi en ligt in een door bomen omzoomd weidegebied. Rijdende over de Radewijkerweg dringt de vraag zich op waarom wij Nederlanders zo massaal naar buitenland op vakantie gaan, terwijl er in eigen land nog zoveel moois is te zien.

Schoonouders

Precies vijfenveertig jaar geleden trouwde het stel ‘in’ bij de ouders van Harm. Echtgenote Riek kwam uit Gramsbergen en had weinig moeite om in te burgeren in Radewijk-Achterin. “Ik ben zelf ook buitenaf opgegroeid. Wij woonden ook tegen de grens aan, dus wat dat betreft was het hier eigenlijk precies hetzelfde”, zegt ze. “Introuwen bij ouders was toen heel normaal. Tegenwoordig gebeurt dat nog maar zelden en dat is maar goed ook, want als je niet met elkaar overweg kunt, zit je wel met elkaar opgescheept. Tussen ons klikte het gelukkig goed. We woonden onder één dak, maar mijn schoonouders hadden hun eigen bedoeninkje en redden zichzelf. We hebben er zelfs veel gemak van gehad dat ze zo dicht bij woonden. We konden goed met hen overweg èn hadden altijd oppas voor de kinderen. Dat was echt ideaal. Uiteindelijk hebben ze niet eens zolang bij ons gewoond. Mijn schoonvader overleed al op zijn vijfenzestigste en mijn schoonmoeder werd maar tweeënzeventig.”

Niemandsland

Volgens Harm was Achterin jarenlang een soort niemandsland waar de douane het voor het zeggen had. “Voordat de grenzen opengingen, had iedereen die binnen vijfhonderd meter van de grens woonde -en dat gold zowel voor de Duitsers als voor ons-, een speciaal pasje. De douane was enorm alert en controleerde alles en iedereen die hier rondliep. Zelfs als wij gewoon boodschappen hadden gedaan in Hardenberg moesten we op de terugweg ons pasje laten zien. Of we dat vervelend vonden? Je was eraan gewend. Bovendien kon je nergens veiliger wonen dan hier, want met zoveel controle werd er in deze buurt nooit ingebroken.”

Smokkelwaar

Ingebroken werd er misschien niet, gesmokkeld des te meer. “Dat waren mooie tijden”, herinnert Harm zich. “Er ging van alles de grens over, koffie, zout, boter, suiker, jenever, varkens, paarden en koeien, maar ook dingen als fietskettingen, scheermesjes en andere lichte ijzerwaren, die in Duitsland goedkoper waren dan hier. Eigenlijk leverde het niet eens zoveel op, maar die spanning hè. Het was echt een sport”, vertelt Harm. De buurtbewoners ontwikkelden een heel systeem van geheimzinnige codes. Als de buurvrouw in Duitsland bijvoorbeeld de plotseling de was buiten hing, dan wisten de smokkelaars: het is niet veilig. “Er gaan nu nog steeds allerlei verhalen over rond. Zo waren er eens twee boeren die wat moois hadden bedacht. Ze hadden allebei een stuk grond aan de grens. De Duitse boer dreef varkens in zijn weiland, waarvan de afrastering ‘per ongeluk’ stuk was. De varkens liepen de wei van zijn Nederlandse buurman in, die ze zo snel mogelijk naar zijn huis wilde brengen. Die varkens snapten er niks van en liepen de verkeerde kant op en de boer erachteraan. Staan er opeens twee ‘commiezen’ op de weg. Een van hen vraagt: Henk, wat doe je toch met die beesten hier. Henk bedenkt zich geen moment en zegt: “Die stomme varkens zijn vanmorgen uitgebroken en ik kan ze in mijn eentje niet terugkrijgen. Kunnen jullie me niet helpen? Dat was echt lachen, want die behulpzame commiezen brachten keurig de gesmokkelde varkens naar de stal.” Hij lacht. “Dat smokkelen is allang verleden tijd. We doen onze boodschappen gewoon in Hardenberg. Het enige waarvoor we nu de grens nog overgaan, zijn landbouwwerktuigen en gereedschappen. Die zijn in Duitsland nog steeds een stuk goedkoper dan hier.”

Vakantie

Toen aan het begin van hun trouwen het buurhuis leeg kwam te staan, hebben Harm en Riek het gekocht. Jarenlang werd alleen de stal gebruikt voor het vee, maar vijftien jaar geleden richtten ze het voorhuis in tot vakantieboerderij. Vanaf die tijd is het vrijwel steeds bezet. “We hebben vooral veel vaste gasten uit het westen van het land. Zij vinden het heerlijk om hier af en toe even helemaal tot rust te komen”, zegt Harm. “Ik vind het ook een goed teken dat mensen steeds terugkomen. Dat betekent dat ze het hier echt naar hun zin hebben.” Rondom vakantieboerderij ’t Einde is een echte boerentuin aangelegd met een oude boomgaard met appel-, peren en pruimenbomen. Ook de originele waterput van Bentheimerzandsteen is nog helemaal intact. In de weide aan de voorkant van het huis lopen pony’s en vanuit het raam kijk je zo Duitsland in.

Kern met pit

De saamhorigheid in Roke is groot, vinden Harm en Riek. De krap zeshonderd zielen tellende gemeenschap kent een bloeiend verenigingsleven. Darten, sjoelen, biljarten, damesgym en buurtvereniging, in Radewijk is altijd wat te doen. De toneelvereniging is zelfs landelijk bekend. “Een paar jaar terug kregen wij van de Nederlandse Heidemij als vereniging een onderscheiding voor de 'De Kern waar Pit in zit', vertelt Huisjes, zelf al vijfentwintig jaar regisseur van de club. ”Daar zijn wij als Rokenaren best trots op!”

Uitzicht op Duitsland vanuit www.vakantieboerderijheteinde.nl