De grootste serre van Hardenberg staat in Slagharendoor Erna Ekkelkamp SLAGHAREN - Al wonen ze aan de drukste straat in Slagharen, wie voor de eerste keer op bezoek gaat bij Hennie en Joke Mecklenfeld moet wel even zoeken, want hun woning staat een beetje verdekt opgesteld. Maar wie de hobby van Hennie kent, weet bij het zien van het bordje Ingang Stekelkas, precies waar hij moet zijn.
Al doet zijn achternaam anders vermoeden¸ zowel Joke als Hennie zijn geboren en getogen in Slagharen. "Mijn overoverovergrootvader is Duits, daar komt de naam vandaan", vertelt Hennie. "De meisjesnaam van Joke is Arkes, zij is ook van Duitse afkomst. Bijzonder is dat niet, want heel veel mensen in Slagharen hebben Duitse voorouders. Dat komt omdat rond zeventienhonderd heel veel Duitsers, met name afkomstig uit Pruisen, hierheen zijn gekomen om te werken als veenarbeider." AannemerAls het aan Hennie had gelegen, was hij in zijn jonge jaren naar het westen des lands vertrokken, maar de liefde voor zijn Joke hield hem in Slagharen. "Mijn ouders hadden een boerderij. Zelf wilde ik iets anders en werd timmerman. De bouw lag me wel. Na mijn timmermansdiploma leerde ik steeds verder, tot ik het aannemersdiploma had. In die tijd, we praten over het einde van de zestiger jaren, was er hier weinig werk in de bouw. Als je echt aan de slag wilde, moest je naar het westen, want daar was werk zat", vertelt Hennie. "Ik zag het wel zitten om naar Amsterdam te gaan, maar mijn vrouw wilde niet. Toen de plaatselijke aannemer Janning hoorde dat ik mijn aannemerspapieren had gehaald en ooit iets voor mezelf wilde gaan doen, vroeg hij of ik zijn bedrijf wilde overnemen. Dat sprak mij wel aan, zeker omdat het geen al te grote zaak was, want ik was op dat moment nog maar 22 jaar." De eerste zeven jaren gebruikte hij alleen de bijbehorende woning, maar bleef gewoon werken bij zijn baas en beunhaasde er in het weekend wat bij. "Ik begon pas in '75 echt voor mezelf. Het was toen voor de bouw een hele slechte tijd, maar ik besloot de gok te wagen. Ik begon met vier man in loondienst. Toen ik met de vut ging, waren dat er zo'n dertig. Een mooie vaste ploeg, met weinig verloop." SerreVoordat Hennie en Joke de bedrijfswoning betrokken, moest er wel het een en ander aan gebeuren. "Het was een beetje hokkerig, dus hebben we er een paar muren uitgebroken. We hebben nu een grote kamer met een open keuken." Joke wijst naar het balkenplafond. "Als je goed kijkt, kan je aan het hoogteverschil nog een beetje zien hoe de indeling vroeger was." Aan de voorzijde is de kamer uitgebouwd met een flinke erker, die voor het nodige zonlicht zorgt. Door de houtkachel en de grote antieke gebeeldhouwde kast, heeft de kamer een oud-Hollandse uitstraling.
Het meest opvallend is echter de enorme serre die grenst aan de woonkamer. Met een oppervlakte van tweehonderd vierkante meter biedt deze voldoende ruimte om te zitten, te spelen èn voor Hennie's grootste hobby: cactussen. "In 2000 kwam de zaak van onze buurman, een bloemist, te koop. Je weet, buurman's goed komt maar één keer te koop, dus besloten wij die kans te benutten en kochten zijn woning en de kas. De woning hebben we verhuurd, maar de kas hebben we bij de bestaande serre aangetrokken", vertelt Hennie. "Ik ben altijd gek geweest met planten en bloemen en was vooral in de weer met geraniums en fuchsia's. Als je een druk leven hebt, is het bezig zijn met planten echt ontspannend. Die kas vond ik dan ook een echte uitdaging. Omdat ik van boerenafkomst ben, begon ik met het verbouwen van groente, maar dat bleek geen succes, want door de temperatuur in de kas zat alles al snel vol spint en luis. Hetzelfde gebeurde met de vruchtboompjes en leifruit. Op een dag zei iemand tegen me: jij moet iets met cactussen gaan doen. Ik dacht: cactussen? Wat moet ik met die prut. Maar mijn belangstelling was gewekt, dus gingen Joke en ik eens kijken bij Koert Olde, een cactusspecialist in Drenthe. Wat we daar zagen, sprak ons wel aan. Bovendien was Koert Olde een enthousiaste verteller. Via hem sloot ik me aan bij de Landelijke Vereniging van Cactussen en kwam ik met steeds meer cactusliefhebbers in aanraking."
LiefhebberijVia de club leerde hij een heleboel. Kocht hij aanvankelijk zijn cactussen voor veel geld bij diverse tuincentra, hij kwam er al snel achter dat er in het particuliere circuit een levendige (ruil)handel bestaat. "Cactussen groeien heel langzaam, als je ze klein koopt, zul je ze nooit zien bloeien en groeien, want bloeien doen de meeste pas als ze jaren oud zijn. Via internet kwamen we terecht bij een Belg, die na veertig jaar bezig te zijn geweest met cactussen genoeg had van zijn hobby, en zijn zeshonderd cactussen wilde verkopen aan een hobbyverzamelaar. Ik heb ze allemaal van hem overgenomen, echt prachtige exemplaren zitten erbij. De meeste zijn zestig tot tachtig jaar oud." Al zijn de cactussen zelf niet erg bewerkelijk, ze leveren indirect toch een hoop extra drukte op. Met de regelmaat van de klok ontvangen Hennie en Joke bezoekers die de kas graag willen bekijken. "We zijn 's zomers twee middagen per week geopend. Behalve cactusliefhebbers, zijn er ook veel groepen die ons opnemen in hun programma voor een dagje uit."
PraktischJoke heeft niet echt wat met cactussen. "Ik vind het leuk om er een keer langs te lopen en ze te bekijken, maar verder niet. Er staat ook geen cactus in onze woonkamer. De serre zelf vind ik wel heel handig. Vanaf februari, als het buiten nog vriest, zitten we daar heerlijk in de eerste zonnestralen. In de zomer zijn we eigenlijk nooit binnen, maar altijd in de serre. Het is ook ideaal als onze vier kinderen op zondag met hun aanhang komen. Onze tien kleinkinderen kunnen er prachtig spelen." Ouderlijk huisJoke en Hennie gaan de komende tijd nog even optimaal genieten van hun grote leefruimte, want volgend jaar wordt alles anders. Dan verhuizen ze naar de overkant van de weg en wordt hun huidige woning betrokken door hun zoon. "Onze ene zoon heeft de aannemerij in De Krim overgenomen en onze andere zoon doet het kleintimmerwerk zoals trappen en kozijnen. Dat doet hij in de bedrijfshal achter ons huis. Toen de woning aan de overkant van de straat te koop kwam, besloten wij die te kopen, zodat onze zoon mooi dicht bij de zaak kan wonen", vertelt Hennie. "Met ons nieuwe huis hebben wij ook wel echt iets, want het is het ouderlijk huis van mijn vader. Ik vind het een mooi idee om daar te gaan wonen. De woning werd tot vorig jaar bewoond door mijn oom, die heeft tijdens zijn leven altijd gezegd: dit huis moet in de familie Mecklenfeld blijven. We kunnen dus bijna niet anders." Even binnenkijken? Klik hier: |
|




